Inbreng LH bij de jaarrekening 2009 (Gea Costeris)
Uit de raadsnotulen van 2 juni 2010
Mevrouw COSTERIS: Mijnheer de voorzitter, we hebben een nieuwe raadsperiode en ik ben
een van de nieuw raadsleden. Het onderwerp dat aan de orde is, is de Jaarrekening 2009. Ik
denk dat ik mijzelf een ervaren persoon kan noemen op het gebied van controlling en
financiële dienstverlening, zoals het opstellen van jaarrekeningen en het maken van
rapportages c.q. analyses. Met de nodige interesse ben ik daarom begonnen met het lezen
van de jaarrekening en het accountantsverslag. Al lezende ben ik voor mezelf tot de
volgende vraag gekomen. Hoe kan ik als raadslid, die volgens de Gemeentewet geacht
wordt een controlefunctie te hebben en die het boekwerk en het accountantsverslag leest,
een verantwoorde keuze maken door te zeggen dat ik vanavond met betrekking tot de
jaarrekening decharge verleen?
Mijnheer de voorzitter, ik ga ervan uit dat in grote lijnen alle cijfers kloppen. Dat is mijn
insteek geweest en ook van onze fractie. Je ontkomt er echter niet aan om toch naar een
aantal zaken te kijken. Samen met de heer Laarman, raadslid van LH in de vorige periode,
hebben we de jaarrekening in grote lijnen bekeken.
Op 25 mei jl. zijn wij in de gelegenheid gesteld om allerlei vragen te stellen aan zowel de
accountant als het college. Een deel van onze vragen is beantwoord, waarvoor dank. Een
groot deel van de vragen echter niet. Een paar essentiële vragen kwamen naar aanleiding
van het accountantsrapport.
1. De accountant geeft aan dat in het financiële jaarverslag geen analyse van de afwijking
tussen begroting en werkelijke realisatie van de grondexploitaties wordt gepresenteerd.
2. De accountant schrijft ook dat in de jaarrekening een toelichting ontbreekt op de
afwijkingen op de algemene dekkingsmiddelen.
3. De accountant schrijft dat in de programmarekening een adequate toelichting ontbreekt
op het verschil tussen de begrote en werkelijke mutaties in de reserves.
Mijnheer de voorzitter, wat mij verbaast, is het volgende. Wij hebben deze vragen op 25 mei
twee keer moeten stellen en pas in de tweede termijn zei de heer Smit toe deze vragen
schriftelijk e zullen beantwoorden. Vorige week vrijdag 28 mei ontvingen wij een schriftelijke
reactie op onze vragen. De vragen werden echter niet beantwoord. Op zondag 30 mei
hebben wij opnieuw een mail gestuurd met onze vragen. Gisterenmiddag ontvingen wij weer
geen antwoord op de vragen die wij gesteld hadden, want de tekst van vrijdag werd
herhaald. Alleen de dinsdag gegeven toelichting met betrekking tot de algemene
dekkingsmiddelen verschaft iets meer helderheid, maar ook dat zou nog veel duidelijker
kunnen.
Verder werd afgelopen vrijdag aangegeven dat men het antwoord op de onttrekking van de
bestemmingsreserve onderhoud van 967.000 euro, die wij niet kunnen terugvinden in de
jaarrekening, nog schuldig moest blijven. Uiterlijk maandag 31 mei zouden wij hierover uitleg
ontvangen. Aangezien afgelopen maandag wederom een reactie uitbleef, hebben wij
gisterenochtend zelf de raadsgriffier ingeschakeld om ons door de accountant nader te laten
informeren over deze post. Pas vanmiddag kregen wij antwoord en nu is het ons ook
duidelijk. Ik zal het uitleggen. Het voorstel in de begroting om 967.000 euro te onttrekken ten
behoeve van de begroting was feitelijk niet op deze wijze mogelijk. Simpel en alleen door het
feit dat onder de noemer bestemmingsreserve gebouwenonderhoud niet meer dan
439.000 euro als reserve beschikbaar was. Het bedrag van ruim vijf ton eruit halen, zou een
negatieve reserve hebben opgeleverd. Pure window dressing dus bij de begroting.
Als u het niet met deze stelling eens bent, reageert u maar.
Kort samengevat: in de jaarrekening staan de antwoorden op de drie op inzicht gerichte
vragen niet. Ook in de tot vanmiddag ontvangen mails worden deze vragen naar onze
mening maar marginaal beantwoord.
Ik wil u proberen uit te leggen waarom het voor ons toch zo belangrijk is om een antwoord op
onze vragen te krijgen. Als niet in een analyse wordt gepresenteerd wat de afwijking is
5
tussen de begroting (in feite de prognose van wat je in een jaar denkt te doen) en wat wel en
niet is gerealiseerd aan het einde van het jaar en waarom, dan heb je geen politiek of
bedrijfsmatig inzicht in wat de gemeente Haaksbergen als organisatie met ons
gemeenschapsgeld wel of niet heeft gepresteerd in dat jaar. Als er een toelichting ontbreekt
op het verschil tussen de begrote en werkelijke mutaties en de reserve kun je hooguit aan
het einde op basis van de balans zien dat het eigen vermogen achteruit is gegaan, maar de
reden waarom blijft onduidelijk. Juist deze analyses en toelichtingen zijn van eminent belang.
Zo kunnen bijvoorbeeld niet de benodigde acties worden uitgezet om deze situaties in de
toekomst te voorkomen. Er kan ook niet tijdig worden ingespeeld op ontwikkelingen.
U hebt via een mail aangekondigd op 7 juli met de raad te willen praten over de toekomstige
financiën en eventuele bezuinigingen. Als u de raad serieus wilt nemen en in juli met ons
open wilt praten over de mogelijke gezamenlijke agenda voor de toekomst, dan is het toch
niet meer dan normaal dat u nu vragen die gesteld worden op een inhoudelijke en
transparante wijze beantwoordt. Doet u dat niet, dan moet u er niet gek van opkijken dat wij
toch met enige argwaan kijken naar wat u ons over een aantal weken wilt gaan presenteren
en waarvan u ons deelgenoot wilt maken.
Wat de fractie van Leefbaar Haaksbergen betreft, kan ik me op dit moment van de
vergadering niet voorstellen dat er ook maar een raadslid is die met droge ogen en naar eer
en geweten akkoord kan gaan met deze jaarrekening, want in deze jaarrekening wordt
transparant tot uiting gebracht wat de gemeenteraad in november 2008 voor ogen had toen
zij de begroting voor 2009 vaststelde.
Mijnheer Smit, u bent zo nieuw in deze raadszaal als ik. Ik ga ervan uit dat u hier met de
beste bedoelingen zit, net zoals ik. Ik ga er dan ook vanuit dat u, als u straks aan het woord
bent, alsnog uw best gaat doen om een analyse te geven van de afwijking tussen de begrote
en werkelijke realisatie van de grondexploitaties en om te proberen het verschil te verklaren
tussen de begrote en werkelijke mutaties van de reserves.
Om maar een voorbeeld te noemen: als we kijken naar de paragraaf grondbeleid (blz. 160-
163 in de jaarrekening), dan kun je dat toch niet serieus een analyse noemen? Als ik
bijvoorbeeld kijk naar wat er staat over de Wissinkbrink, dan stel ik vast dat daar geen enkel
risico wordt beschreven. Moet ik daar nu uit concluderen dat er mogelijk helemaal geen
staatssteunproblematiek is? Of zou het ook zo kunnen zijn dat het ons plat gezegd ‘op ’n
emmer kan vreez’n’?
Wat ik ook nog kwijt wil, is dat ik de kwestie van de bruidsschat van 375.000 euro voor het
basisonderwijs onbegrijpelijk vind. Het is toch wel heel onprofessioneel van deze organisatie
dat zij niet weet hoe zij een bruidsschat technisch moet boeken. Het is ook erg naïef van het
college dat zij de wettelijke regels niet kent. Als het basisonderwijs blijft vasthouden aan het
toegezegde bedrag, ook als daar blijkbaar door het college geen rekening mee is gehouden,
kunnen wij voor het basisonderwijs begrip opbrengen.
Mijnheer de voorzitter, afsluitend heb ik nog een vraag aan u als voorzitter van de raad. Ik
sta nu aan het begin van een vierjarige periode. Ik ben niet van plan te accepteren dat ik op
deze wijze moet werken. Ik zou graag vandaag van u de toezegging ontvangen dat dit voor
mij de eerste, maar tegelijkertijd ook de laatste keer is dat vragen die wij als raadsleden
stellen op een zo laat tijdstip voor de raadsvergadering, namelijk twee tot drie uur daarvoor,
worden beantwoord, zodat wij datgene waarvoor wij worden geacht hier te zitten, kunnen
waarmaken. Volgens mij is dat een van de belangrijkste taken die u hebt ten aanzien van de
gemeenteraad. Dank u wel voor uw aandacht.