Coalitieaccoord
Uit de notulen van de raadsvergadering dd 28 april 2009
11. Kenbaar maken van een zienswijze ten aanzien van het coalitieakkoord 2010-2014
De VOORZITTER: We gaan naar punt 11 en dat betekent dat voor het oude college de
behandeling van de inhoudelijke punten achter de rug is. De collegeleden zullen hun plaats
daarom verlaten. Een collegelid kan naar een raadszetel terug en een collegelid moet in de
wachtrij om te kijken of hij straks kan terugkomen.
Mijnheer Noordink, het is een goed gebruik dat als een wethouder afscheid neemt, wij daar
kort bij stilstaan. Dit doen wij niet met een verhaal, want dat is al verteld bij uw afscheid
vorige week woensdag. Namens de raad willen wij dit moment wel graag onderstrepen met
een bloemetje. Deze attentie overhandig ik aan u voordat u teruggaat naar uw raadszetel.
(Overhandiging bloemen.)
De heer Noordink vroeg of hij kon herhalen wat hij bij zijn afscheidsreceptie heeft gezegd.
Gezien de tijd en de wachtende mensen op de tribune zou ik dat niet willen doen, hoewel dit
van een kwalitatief hoog humoristisch gehalte was. U kunt het volgens mij nalezen.
Het is ook voor de publieke tribune misschien goed om te horen wat nu de volgorde is.
20
Het is zo dat de coalitiepartijen aan de gemeenteraad hebben gemeld dat zij een
coalitieakkoord hebben gesloten en dat zij benieuwd zijn naar de zienswijzen van de fracties
van raad. Dat zullen we eerst doen, voordat wordt overgegaan tot het benoemen en
beëdigen van de wethouders, want dat is het vervolg van de agenda. Daarvoor moet iets
formeels gebeuren.
Daarna zullen we een nieuw raadslid beëdigen. Daarvoor moet ook iets formeels gebeuren,
maar ik zal straks per onderwerp uitleggen wat dat is.
Mensen willen dan altijd zo snel mogelijk feliciteren, maar we hebben dan nog een paar
agendapunten te gaan. Ik stel voor dat we die eerst afhandelen en u dan de gelegenheid
geven de mensen te feliciteren. Overigens kunt u dat hier doen, maar we gaan daarna ook
nog naar de kantine.
Dat volgt allemaal straks. We gaan nu eerst agendapunt 11 aan de orde stellen: het kenbaar
maken van zienswijzen ten aanzien van het coalitieakkoord 2010-2014. Ik kijk wie daarover
het woord wenst.
De heer VAN VLAANDEREN: Mijnheer de voorzitter, op 3 maart 2010 waren er
gemeenteraadsverkiezingen. Ik denk dat ongeveer 46% of 47% van de inwoners van
Haaksbergen niet ging stemmen. Blijkbaar hebben die mensen op een of andere manier het
vertrouwen in de politiek verloren. Maandagavond zijn wij in deze zaal getuige geweest van
een bijeenkomst die wij in zijn algemeenheid zonder meer niet kunnen bestempelen als
reclame voor de politiek die openheid voorstaat. Openheid betekent dat mensen kunnen zien
hoe politieke partijen hun keuzes maken en deze tegenover elkaar verdedigen, op basis van
inhoudelijke argumentaties. We hebben het dan over normen en waarden. Er zijn politieke
partijen in Nederland die daar prat op gaan. Zij hebben het over eerlijkheid en respect. Als
het gaat om respect voor de burger die gestemd heeft, denk ik dat het een droeve avond is
geweest voor de burger die gestemd heeft. Het was een gemiste kans voor politieke partijen
om eerlijk tegenover elkaar te zijn en duidelijk, met redenen omkleed te vertellen waarom je
wel of niet met een partij wilt samenwerken. Er is niets mis mee als volwassen mensen dit op
een volwassen manier uiten tegenover elkaar. Daar moeten ze tegen kunnen en als ze daar
niet tegen kunnen, moeten ze niet in de politiek gaan, maar naar de klaverjasvereniging.
Daar is trouwens niets mis mee. Hier hoor je echter elkaar te vertellen wat je politieke
standpunten zijn en tot welke keuzes je komt. Dat getuigt van eerlijkheid, een belangrijke
waarde in onze maatschappij, en van respect tegenover elkaar als politieke partijen
onderling. Verder is er zoveel gezegd dat ik het hierbij zal laten.
Dan het coalitieakkoord. Als je dit vergelijkt met wat we eerder hebben gezien in
Haaksbergen en met andere gemeenten, dan moeten wij stellen dat wij zelden zo’n slecht
beargumenteerd stuk hebben gezien. Het is totaal niet onderbouwd, met name financieel
niet. Dit is opvallend gezien de uitlatingen van met name de VVD voor de verkiezingen en de
zondagochtend daaraan voorafgaand hier in het gemeentehuis. In de TC Tubantia van
zaterdag 3 april 2010 lazen we het volgende citaat van de fractievoorzitter van de VVD. Hij
had een prima gevoel bij de portefeuilleverdeling: “Dit past precies bij de VVD. Dit was onze
inzet bij de verkiezingen: bedrijvigheid en financiën. Dat zijn ook landelijk de speerpunten
van de partij. Daarvoor wil je in het college zitten.”
Het zijn mooie woorden, maar als je kijkt naar de coalitieakkoord, dan moet je zeggen dat je
van deze woorden niets terugziet. Dat soort woorden werden overigens ook voor de
verkiezingen gebruikt. Het stuk is financieel totaal niet onderbouwd.
Maandagavond werden wij verrast door de kandidaat die de VVD voordraagt. Op vragen
vanuit de zaal vertelde hij dat hij geen financiële ervaring heeft op gemeenteniveau en
eigenlijk helemaal niet op het gebied van financiën. Het verbaast ons dat je als politieke partij
iemand voordraagt voor financiën en dat vervolgens blijkt dat hij daarin geen ervaring heeft.
Wij vinden dat een rare gang van zaken. De heer Briggeman heeft gezegd dat het hun
eerste kandidaat is. Gezien de teksten die uitgesproken zijn, kun je daar misschien wel je
vragen bij stellen.
21
De VOORZITTER: Ik heb een punt van orde. Ik constateer dat wij hier de zienswijzen
inbrengen op het coalitieakkoord. Over het kennismaken met en benoemen van wethouders
hebben wij afgelopen maandag gesproken in een gecombineerde commissievergadering. Ik
zou dat nu niet in de raad willen doen. Deze discussie beperkt zich tot de tekst van het
coalitieakkoord en gaat niet over de keuze van wethouders.
De heer VAN VLAANDEREN: Het een heeft duidelijk met het ander te maken. Als ik zeg dat
het coalitieakkoord geen duidelijke financiële paragraaf kent in relatie tot datgene wat er
volgens ons zou moeten komen, dan is het opmerkelijk dat daar een wethouder bij gezocht
wordt die zelf zegt dat hij die ervaring niet heeft.
Goed. Vervolgens zien we ook nog dat bij het coalitieakkoord per e-mail een bijlage is
gevoegd over allerlei functies die de verschillende wethouders gaan vervullen. Wij hebben
gezien dat bij de portefeuille Samenleving sprake is van een uitgeklede positie. Wij zouden
het op prijs stellen, ook gezien het signaal naar de burgers, als de betreffende
portefeuillehouder een aangepast salaris wordt uitbetaald. Er heeft pas nog een verhaal in
de krant gestaan van de voorzitter van de raad, de burgemeester, die aankondigt dat er
zware tijden komen in Haaksbergen. Wij vinden dat als je in een coalitieakkoord zegt dat er
links en rechts bezuinigd moet worden, je dit met elkaar in evenredigheid moet willen
uitstralen. Dat missen wij in dit coalitieakkoord. Wij nemen het voor kennisgeving aan, maar
daar blijft het bij.
De VOORZITTER: Mevrouw Waanders.
Mevrouw WAANDERS: Dank u wel, voorzitter. De PvdA is ook wat teleurgesteld over het
gepresenteerde coalitieakkoord. Wij vinden het summier van omvang en vooral, en dat
vinden we ernstiger, mager van inhoud. Het verschil met het coalitieakkoord van vier jaar
geleden vinden wij schrijnend. Wij vinden het stuk vaak verzanden in vage bewoordingen en
erg weinig concreet. Daarmee is het ook wat ambitieloos en kleurloos geworden. Wij vinden
dat erg jammer. De PvdA is van mening dat juist nu, in een tijd van bezuinigingen, kleur moet
worden bekend. In ons eigen programma hebben wij die kleur aangegeven door de accenten
sociaal, meedoen, vitaal en groen. Dit coalitieakkoord vinden wij weinig of niet sociaal. Het
roept niet op tot meedoen of participatie. De PvdA heeft aangegeven dat dit niet altijd geld
hoeft te kosten. Het programma is zeker niet groen en ten slotte hebben we zorgen over de
vitaliteit van ons dorp in de komende periode.
Als er gesproken wordt over een stijging van de ozb die zich beperkt tot het jaarlijkse
inflatiecijfer, dan is dat ferme taal in tijden van forse bezuiniging. Wees dan ook zo ferm door
te zeggen dat dit ten koste gaat van de gesubsidieerde instellingen en van de sociale
voorzieningen en geef daarbij aan welke dat zijn. Als gesproken wordt over ‘bewust niet de
kaasschaaf bij de instellingen’, dan klinkt dat helder, maar wees dan ook zo helder door te
melden voor welke instellingen en voorzieningen het hakmes gehanteerd wordt, want dat is
de consequentie ervan.
Als er gesproken wordt over een kritische blik op de bedrijfsvoering, zoals dat staat onder
sociaal-maatschappelijke omgeving, waarbij ook gekeken wordt naar het autonome deel van
de gemeentebegroting, vinden wij dat erg onduidelijk. Wees duidelijk en vermeld dan ook dat
dit waarschijnlijk ten koste gaat van de dienstverlening aan de burgers.
Het verbaast ons ook dat we het bedrijventerrein in St. Isidorushoeve, mits de provincie
instemming geeft, gaan faciliteren. Waren GGH en VVD in 2007 niet tegen uitbreiding in St.
Isidorushoeve?
De PvdA accepteert dat andere partijen er andere ideeën op nahouden; dat is logisch en dat
moet ook. We hebben er echter wel moeite mee dat partijen om de hete brij draaien. Wees
duidelijk en concreet. De enkele punten waar het coalitieakkoord enigszins concreet wordt,
betreft zaken die al in gang gezet zijn, zoals de loskoppeling van de muziekschool en het
theater van ’t Iemenschoer en de gesprekken die gevoerd worden met de lokale omroep en
de muziekschool om deze te verplaatsen naar basisschool Ons Dorp.
22
Zelfs bij de centrumontwikkeling wordt slechts gesteld ‘ontwikkelen binnen de financiële en
ruimtelijke kaders van het vastgestelde masterplan’. Ook dat is heel ruim en heel vaag.
Wij trekken dus ook onze conclusie. Dit akkoord vinden wij een beetje een gemiste kans voor
een goede start van het nieuwe college. De PvdA roept daarom het nieuwe college op om
spoedig heldere, duidelijke en concrete taal te spreken over de plannen voor de komende
tijd. Haaksbergen heeft daar recht op. Dank u wel.
De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Oude Groen.
De heer OUDE GROEN: Wat betreft het coalitieakkoord denk ik dat we juist hebben gezegd
dat we het op grote lijnen opstellen. De grote lijnen zetten we uit en vervolgens gaan we in
de tijd kijken hoe zaken gerealiseerd kunnen worden en op welke manier. Dit geeft ook aan
dat je alle partijen de mogelijkheid geeft om zowel nu zienswijzen in te brengen als later in
het proces wanneer ze opnieuw aan de orde komen. Ik denk dat het voor de coalitie zo is dat
wanneer er goed onderbouwde stukken moeten komen die kunnen bijdragen aan het goed
functioneren van Haaksbergen en die goed zijn voor de inwoners van Haaksbergen, wij dat
zeker zullen doen. Wij nemen de zienswijzen mee die vandaag gepresenteerd worden.
De heer TEN VOORDE: Dank u wel, voorzitter. Het coalitieakkoord dat voor ons ligt, is
onderschreven door de fracties van het CDA, de VVD en de GGH. Nadat de
verkiezingsuitslag op 3 maart 2010 bekend was, heeft de fractie van het CDA besloten om,
net als in de afgelopen periode, te gaan voor een meerderheidscollege en niet voor een
afspiegelingscollege waarin zoveel mogelijk partijen zitting zouden hebben. Een belangrijke
reden hiervoor is de politieke slagvaardigheid die we hierdoor kunnen bereiken op basis van
programmatische overeenstemming. Dat was voor het CDA het uitgangspunt voor de
collegevorming.
Op basis van het zetelaantal was het mogelijk om het college van CDA en PvdA voort te
zetten. Al vrij snel werd echter duidelijk dat wat betreft een van de speerpunten van het CDA,
de economische vitaliteit van landelijk gebied in relatie tot natuurontwikkeling, de meningen
uiteenliepen. Daarnaast had de PvdA geen voorkeur voor een meerderheidscollege.
Een andere mogelijkheid was samenwerking met Leefbaar Haaksbergen. Op basis van de
verkiezingsprogramma’s leken er aanvankelijk onoverbrugbare punten tussen het CDA en
Leefbaar Haaksbergen te zijn. Tijdens de gesprekken met de afvaardiging van Leefbaar
Haaksbergen bleek dat er slechts twee discussiepunten overbleven, te weten het
Marktpromenadeplan en de kwestie-Bekkedam. Daarnaast had Leefbaar Haaksbergen liever
een college met zoveel mogelijk partijen dan een meerderheidscollege.
Met D66 waren de verschillen op voor het CDA belangrijke onderdelen te groot. Daarnaast
kwam een coalitie van CDA en D66 niet uit op een meerderheid.
Met de VVD was er op basis van de verkiezingsprogramma’s al veel inhoudelijke
overeenstemming. Dit werd bevestigd in de twee informatieve gesprekken die door het CDA
met de VVD gevoerd zijn.
Mijnheer de voorzitter, het coalitieakkoord. De drie partijen die het coalitieakkoord hebben
ondertekend hebben dit aan de raad gezonden, zodat de verschillende fracties in een
openbare bijeenkomst hun zienswijzen op dit akkoord kunnen geven. Eventuele waardevolle
aanvullingen zullen als bijlage bij het coalitieakkoord gevoegd worden. Het coalitieakkoord,
dat gebaseerd is op de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen, op de gesprekken
die CDA en VVD met elkaar gevoerd hebben en op de inbreng die de GGH via de VVD heeft
geleverd, zal gaan dienen als opmaat voor het collegeprogramma. In dit coalitieakkoord treft
u speerpunten aan waar het CDA, de VVD en de GGH de komende jaren mee aan de slag
willen en gaan. Het is geen dichtgetimmerd stuk, omdat wij continu moeten inspelen op
onverwachte ontwikkelingen die zich ook in de komende jaren ongetwijfeld zullen voordoen.
Veel lopende zaken hebben wij niet nog eens in dit akkoord benoemd. Het vorige college
heeft veel goede zaken in gang gezet waarop wij zullen voortbouwen.
23
Naar aanleiding van het coalitieakkoord zal ik kort iets vertellen over wonen en bedrijvigheid
en de sociale omgeving, waaronder de Wmo. De heer Briggeman zal straks iets vertellen
over de onderdelen financiën, personeel en organisatie en economische zaken.
Allereerst wonen en bedrijvigheid. Om de komende jaren slagvaardig te kunnen optreden,
gaan we de plannen op het gebied van wonen en bedrijvigheid zo opstellen dat er adequaat
gereageerd kan worden op de behoefte die er op dat moment is.
Met betrekking tot de sociale omgeving, waaronder de Wmo, is er de afgelopen jaren veel in
gang gezet. Het nieuw te vormen college wil daar de komende jaren op doorgaan. Er zullen
echter de komende jaren ingrepen nodig zijn binnen de autonome beleidsvelden. Alle
autonome uitgaven binnen het sociale domein zullen kritisch tegen het licht gehouden
worden. Het compensatiebeginsel staat daarbij centraal. Voor de coalitie en het CDA in het
bijzonder blijft het begrip solidariteit met zwakkeren vooropstaan. Dank u wel.
De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Van Spiegel.
Mevrouw VAN SPIEGEL: Dank u, voorzitter. Het logo van de GGH op het coalitieakkoord lijkt
erg veel op een smiley, een geel tekentje in het MSN-taalgebruik van jongeren. Een smiley
waar je vrolijk van zou kunnen worden. Vrolijk heeft ook een synoniem, namelijk smart.
SMART is het coalitieakkoord echter allerminst. Het gebrek aan een financiële paragraaf is
wel het meest treffend. Een tijdslijn ontbreekt eveneens. Aan al onze gemeentelijke partners
vragen we specifiek, meetbaar en afrekenbaar te zijn, maar voor onszelf geldt dat kennelijk
niet. Coalitiepartijen, waarop kunnen de inwoners van Haaksbergen u straks afrekenen? Hoe
kunt u van ons een zienswijze vragen zonder deze essentiële zaken op te nemen? Een
zienswijze geven op dit coalitieakkoord zou net zo’n holle frase zijn als het akkoord zelf.
Vrolijk worden wij er niet van. Wij spreken geen oordeel uit over het coalitieakkoord en wij
nemen het voor kennisgeving aan.
De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Briggeman.
De heer BRIGGEMAN: Dank u wel, voorzitter. Vier jaar geleden heeft mevrouw Rutte als
fractievoorzitter van de VVD-fractie tijdens de collegeonderhandelingen gesproken over het
toen voorliggende collegeprogramma. Zij heeft toen haar zorg uitgesproken over het feit dat
dit slechts ter kennisneming aan de raad werd toegestuurd en dat er op geen enkele wijze
debat mogelijk was tussen de raad en het college over de inhoud van het collegeprogramma.
Het was een volledig dichtgetimmerd stuk en in die zin hebben wij als VVD bij de gesprekken
over het coalitieakkoord aangedrongen op een andere benadering.
Het kenmerk van de toekomst is dat er veel onzekere factoren zijn. De bijdragen uit het
gemeentefonds zijn op zijn minst onvoorspelbaar nu er Tweede Kamerverkiezingen komen.
Tegen die onduidelijke financiële achtergrond is het buitengewoon lastig om de zaak ook
financieel dicht te zetten. De keuze die we gemaakt hebben, is ons te beperken tot een
aantal hoofdlijnen van beleid en het college opdracht te geven om voor de kadernota 2011
die in juni ter behandeling zal komen een aantal passages op te nemen die verwijzen naar
het coalitieakkoord en die vragen om een verdieping. Dat betekent dat er op dat moment
tussen het college en de coalitiepartijen nadere gesprekken gaan plaatsvinden over de
kaderstelling. Voor mijn gevoel is het moment dat de kadernota aangeboden wordt het
belangrijkste moment van het jaar, niet de begrotingsvergadering. Op dat moment kunnen
alle partijen een rol spelen in het uitoefenen van invloed op de financiële situatie en de
plannen voor de komende jaren. Dat is een wezenlijk andere benadering dan vier jaar
geleden. Dat verklaart ook waarom het verhaal niet tot op de laatste punt en komma
dichtgespijkerd is.
Je kunt wat betreft de financiële paragraaf verschillen van mening over de zinnen die er
staan, maar als je tegen een treinmachinist zegt dat hij op de rails moet blijven met de
gepoetste kant boven, dan heb je toch vrij strakke kaders. Dat is in dit geval ook zo. Er staan
twee dingen in die het college zeer zullen beperken als het gaat om uitgaven. Ook tegen die
24
achtergrond moet nog kritisch worden gekeken of er wel ruimte is voor nieuw beleid in de
komende jaren.
De heer Van Vlaanderen wijst op het ontbreken van financiële deskundigheid van de
wethouder. Het zou niet best zijn als de wethouder financieel de meest deskundige was
binnen de gemeente. Volgens mij is er een betrouwbaar gemeentelijk apparaat dat de
wethouder kan voorzien van de nodige informatie en iemand met een academische opleiding
acht ik zeer wel in staat om uit te rekenen dat een plus een twee is en ook om ingewikkelder
sommen uit te rekenen. Ik ben daar niet zo ongerust over.
Personeel en organisatie hebben we inderdaad summier aangegeven. De headline is echter
helder: je moet doen wat je wettelijk zelf moet doen en je moet je kritisch bezinnen op dat
wat je door een ander kunt laten doen of wat je effectiever kunt uitbesteden. Daarbij kun je
denken aan samenwerking met andere gemeenten of andere overheden en aan het
vervreemden of verbijzonderen van sommige delen van de ambtelijke organisatie. Dat het
niet mogelijk is om daar een concrete doelstelling aan te hangen, is helder. Dat zou ook
tegenover de medewerkers in dit huis buitengewoon onaardig zijn, omdat je eerst het
politieke debat moet voeren.
Tegen die achtergrond hebben we ervoor gekozen dit onderdeel onder te brengen in de
portefeuille van een wethouder die politieke verantwoordelijkheid draagt. De burgemeester is
niet, zoals afgelopen maandag werd gezegd, de hoogste ambtenaar, maar de hoogste
ambtsdrager in de gemeente. De wethouder is ook geen ambtenaar; hij bekleedt een ambt,
maar is wel politiek afrekenbaar door de raad op alles wat hij doet binnen deze portefeuille.
Wij vonden het juister om, gelet op de moeilijke beslissingen die komen, dit onderdeel in de
portefeuille te houden van de wethouder.
Wat betreft St. Isidorushoeve was de VVD geen voorstander van het industrieterrein; daar
heeft de heer Noordink gelijk in. De tekst spreekt echter volgens mij voor zich. Er staat dat
de gemeente faciliteert en er staat niet dat de gemeente het aanlegt; dat is een ander
verhaal.
Tot zover mijn eerste termijn. Ik geloof niet dat er nog een tweede termijn komt als ik de
opmerkingen hoor. De raad kan nog volop aan de slag en volgens mij zijn er de komende
maanden nog kansen genoeg. Dank u wel.
De VOORZITTER: Ik ga dat nog even peilen. Het is wel zo aardig om te kijken of er nog
behoefte is aan een tweede termijn. Zijn er mensen die behoefte hebben aan een tweede
termijn?
De heer VAN VLAANDEREN: Voorzitter, ik wil iets rechtzetten met betrekking tot hetgeen de
heer Ten Voorde heeft gesteld over de gesprekken die wij hebben gehad. In de gesprekken
die de fractie van Leefbaar Haaksbergen heeft gehad met het CDA is niet gesproken over
een meerderheidscollege of een afspiegelingscollege. De fractie van het CDA heeft Leefbaar
Haaksbergen gevraagd wat het wilde. Wij hebben gezegd dat gezien de problematiek wij er
voorstander van waren een college te vormen dat op een breed draagvlak in de
gemeenteraad en daarmee in de gemeente kon rekenen. Wij hebben daarbij gezegd dat je
zou moeten kijken naar partijen die bij elkaar twaalf of dertien zetels hebben. Dat voor alle
duidelijkheid.
Vervolgens zei de heer Ten Voorde dat er twee punten waren die blijkbaar tot een probleem
leidden, namelijk het Marktpromenadeplan en het verhaal van de heer Bekkedam. Wij
hebben helemaal niet uitvoerig met elkaar gesproken over het Marktpromenadeplan. Wij
hebben aangegeven dat wat ons betreft het plan moeilijk realiseerbaar zal zijn zoals het in
zijn totaliteit gepresenteerd is. Wij hebben suggesties gedaan hoe het anders zou kunnen.
Daarop hebben wij inhoudelijk geen reactie gehad van het CDA, niet in afwijzende zin en niet
in positieve zin.
Wat betreft de heer Bekkedam hebben wij gezegd – naar aanleiding van een vraag hierover
van het CDA – dat als de N18 niet over die boerderij heen gaat, wij vinden dat dit op een
goede manier opgelost moet worden, omdat er een grote woonwijk naast ligt. Verder hebben
wij daar helemaal geen probleem over gehad, dacht ik. Nu worden deze zaken naar voren
25
gebracht als moeilijke punten. Ik moet zeggen dat ons dat verbaast, want als dat zo is, dan
zou het prettig zijn geweest als u dat op een andere wijze aan ons had gecommuniceerd.
Mevrouw COSTERIS: Mijn punt is al aan de orde gekomen tijdens het betoog van de heer
Van Vlaanderen.
De VOORZITTER: Dank u wel. Ik constateer dat de tweede termijn afgerond is. Daarmee is
dit punt afgehandeld.